Watertrappelen
Een blog over het uit de hand gelopen systeem in de Nederlandse zorgwereld
“Maar je kunt toch gewoon zwemmen?!”
De zorg is rondom de wetjes en regeltjes soms erg complex.
En wij merken dat dagelijks omdat onze bewoners nu niet bepaald in een “gestandaardiseerde norm” passen.
Dat die zogenaamde “gestandaardiseerde norm” op alle fronten afwijk van de werkelijkheid rondom mensen met een zorgvraag is al jaren bekend. Niet voor niets is een auteur als Bram Bakker het gevecht tegen de “standaarden in de zorg” aangegaan. (Diep respect overigens voor hoe hij dit doet: de norm is niet belangrijk, de zorgvrager is belangrijk.)
Maar goed: we hebben kennelijk in dit land een gestandaardiseerde norm bedacht waaraan we mensen meten.
Een soort van meetlat en als jij daar niet binnen past dan heb je géén recht op ondersteuning.
Of, soms zijn de “deskundigen” wel creatief, dan val je niet binnen de éne gestandaardiseerde norm maar wel binnen de andere gestandaardiseerde en dus kun je wél hulp krijgen maar dan niet op het gebied waar jij dat nodig hebt.
Snappen we het nog?
Nee.
Wat we in Nederland doen is de zorg kapotmaken met allerlei standaarden, normen, weegcriteria of wat dan ook.
Onze zorg staat bol van een inmiddels niet meer te doorzien systeem van regeltjes, protocollen, weegmomentjes, labels en dat soort dingen.
Het lijkt op de situatie waarin een persoon over de rand van de reling van een schip is gevallen. De kade is op nog geen twee meter afstand maar er is géén trap om bij de kade op te klimmen.
Elk weldenkend mens zou in deze situatie zeggen: gooi een reddingsboei én haal die persoon uit het water.
Maar zo wérkt het niet.
In het Nederlandse systeem moeten we dan eerst:
Totdat er een helder licht verschijnt, een indicatiesteller van een landelijk orgaan.
Deze bekijkt het inmiddels lange dossier en gaat op bezoek naar “BSN in het water”.
BSN in het water is inmiddels onderkoelt en houdt het niet lang meer vol maar de deskundige indicatiesteller gaat onderzoek verrichten.
“Wat maakt dat jij in het water ligt”, “waarom kom je niet uit het water” en “wat is er nodig om je te helpen?”
De BSN-houder gilt “Redt mij, ik ben geen vis en geen eend. Ik hou dit niet langer vol!!!”
En de deskundige indicatiesteller stelt een vraag: “Maar jij kunt toch zwemmen? Anders was je al lang verdronken namelijk.”
En de indicatiesteller gaat naar kantoor, stelt een rapport op want hij heeft een deskundig oordeel kunnen vellen:
“Betrokkene ligt tussen wal en schip. Er is geen reddingsboei aanwezig en ook het beklimmen van de kade is niet mogelijk. Betrokkene kan echter wél zwemmen waarmee de hulpvraag komt te vervallen. Betrokkene kan door zijn omgeving gestimuleerd worden om de zwembewegingen te blijven maken.”
Lastig detail: betrokkene kan alleen watertrappelen…
En zo werkt onze zorg tegenwoordig.
Val je tussen wal en schip?
Dan is het te hopen dat er ooit iemand is geweest die vastgesteld heeft (voor je 18e levensjaar) dat jij tussen wal en schip dréigt te vallen want anders?
Ja, anders wat?
Dan mag je blijven watertrappelen in een zorgsysteem waarin jouw hulpvraag niet gezien wordt.
De zorg is rondom de wetjes en regeltjes soms erg complex.
En wij merken dat dagelijks omdat onze bewoners nu niet bepaald in een “gestandaardiseerde norm” passen.
Dat die zogenaamde “gestandaardiseerde norm” op alle fronten afwijk van de werkelijkheid rondom mensen met een zorgvraag is al jaren bekend. Niet voor niets is een auteur als Bram Bakker het gevecht tegen de “standaarden in de zorg” aangegaan. (Diep respect overigens voor hoe hij dit doet: de norm is niet belangrijk, de zorgvrager is belangrijk.)
Maar goed: we hebben kennelijk in dit land een gestandaardiseerde norm bedacht waaraan we mensen meten.
Een soort van meetlat en als jij daar niet binnen past dan heb je géén recht op ondersteuning.
Of, soms zijn de “deskundigen” wel creatief, dan val je niet binnen de éne gestandaardiseerde norm maar wel binnen de andere gestandaardiseerde en dus kun je wél hulp krijgen maar dan niet op het gebied waar jij dat nodig hebt.
Snappen we het nog?
Nee.
Wat we in Nederland doen is de zorg kapotmaken met allerlei standaarden, normen, weegcriteria of wat dan ook.
Onze zorg staat bol van een inmiddels niet meer te doorzien systeem van regeltjes, protocollen, weegmomentjes, labels en dat soort dingen.
Het lijkt op de situatie waarin een persoon over de rand van de reling van een schip is gevallen. De kade is op nog geen twee meter afstand maar er is géén trap om bij de kade op te klimmen.
Elk weldenkend mens zou in deze situatie zeggen: gooi een reddingsboei én haal die persoon uit het water.
Maar zo wérkt het niet.
In het Nederlandse systeem moeten we dan eerst:
- Onderzoeken welk BSN er in het water ligt
- Dan moeten we controleren of dat BSN wel écht in het water ligt
- Daarna vragen we aan dat BSN waarom hij in het water ligt
- Als we dat weten dan willen we graag een bewijs van het BSN zien aan de hand van een ID of een rijbewijs
- We controleren dat BSN en concluderen dan waarschijnlijk dat de houder van BSN XXXX in het water ligt
- En dus gaan we vragen of BSN-houder gekozen heeft om in het water te liggen
- Als het een eigen keuze is dan staken we ons contact want elke BSN-houder heeft het recht om in het water te liggen.
- Als het geen eigen keuze is dan doen we een lang traject van onderzoek, diagnostiek en komen we maanden later terug bij de kade.
- Ligt houder van BSN dan nog in het water? Dan concluderen wij dat de houder van het BSN ervoor gekozen heeft om niet uit het water te komen. De conclusie die we dan trekken is “houder van BSN kan geen mens zijn want houder leeft nog steeds in het water. Het moet een vis of een eend zijn. Beide diersoorten vallen buiten onze zorg.”
- Maar houder van BSN gilt om hulp en dan gaan er wat belletjes rinkelen.
- Het blijkt dus geen vis of eend te zijn. Dat moet echter objectief meetbaar gecontroleerd worden dus komt er een volgende deskundige
- Deze concludeert: tsja, dit is geen vis en geen eend maar een mens.
- En dan gaat de hele riedel weer opnieuw.
Totdat er een helder licht verschijnt, een indicatiesteller van een landelijk orgaan.
Deze bekijkt het inmiddels lange dossier en gaat op bezoek naar “BSN in het water”.
BSN in het water is inmiddels onderkoelt en houdt het niet lang meer vol maar de deskundige indicatiesteller gaat onderzoek verrichten.
“Wat maakt dat jij in het water ligt”, “waarom kom je niet uit het water” en “wat is er nodig om je te helpen?”
De BSN-houder gilt “Redt mij, ik ben geen vis en geen eend. Ik hou dit niet langer vol!!!”
En de deskundige indicatiesteller stelt een vraag: “Maar jij kunt toch zwemmen? Anders was je al lang verdronken namelijk.”
En de indicatiesteller gaat naar kantoor, stelt een rapport op want hij heeft een deskundig oordeel kunnen vellen:
“Betrokkene ligt tussen wal en schip. Er is geen reddingsboei aanwezig en ook het beklimmen van de kade is niet mogelijk. Betrokkene kan echter wél zwemmen waarmee de hulpvraag komt te vervallen. Betrokkene kan door zijn omgeving gestimuleerd worden om de zwembewegingen te blijven maken.”
Lastig detail: betrokkene kan alleen watertrappelen…
En zo werkt onze zorg tegenwoordig.
Val je tussen wal en schip?
Dan is het te hopen dat er ooit iemand is geweest die vastgesteld heeft (voor je 18e levensjaar) dat jij tussen wal en schip dréigt te vallen want anders?
Ja, anders wat?
Dan mag je blijven watertrappelen in een zorgsysteem waarin jouw hulpvraag niet gezien wordt.